> Boek van Maand: Kunstbrigade van Robert Edsel

kunstbrigade, robert edsel

Robert Edsel: KUNSTBRIGADE

Kunstbrigade is een spannend boek én een eerbetoon aan de kunstbrigadisten. Deze mannen en vrouwen stelden hun leven in de waagschaal zodat wij, inwoners van Europa, zestig jaar later nog steeds van al die prachtige kunstwerken en gebouwen kunnen genieten. Aan de hand van brieven aan het thuisfront, dagboekfragmenten en officiële stukken krijg je als lezer een goed beeld van de zes kunstbrigadisten die Edsel volgt op hun tocht door Europa. Door hun ogen zie je hoe bijvoorbeeld de Brugse Madonna wordt opgespoord zodat deze uiteindelijk weer teruggebracht kan worden naar België. Lees de volledige recensie

Bestel snel voor 29,99 bij

De Kunstbrigade: een spannend eerbetoon aan de kunstbrigadisten

Vroeger noemde men het plunderen. Maar tegenwoordig is alles humaner geworden. Maar desondanks ben ik van plan om te gaan plunderen, en wel grondig.’ Met dit citaat van rijksmaarschalk Hermann Göring uit 1942 opent De Kunstbrigade van Robert M. Edsel. Het boek behandelt een voor velen onbekend, maar boeiend stuk geschiedenis uit de Tweede Wereldoorlog.

Hebzucht van de Nazi's

Plunderen in oorlogstijd is van alle tijden, maar de plunderingen van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog waren enorm. Meer dan vijf miljoen objecten, waaronder kunstwerken van Vermeer, Da Vinci, Michelangelo en Rembrandt van Rijn, roofden de nazi’s uit heel Europa. De buit verstopten ze onder meer in de kelders van slot Neuschwanstein en in de zoutmijnen van Altaussee in de Oostenrijkse Alpen.

Hitler's museum

Dit alles deden ze ter meerdere eer en glorie van hun leider Hitler, die in zijn geboortestad Linz een Führermuseum wilde bouwen. In het fotokatern van De Kunstbrigade is te zien hoe Hitler de maquette van dit megaproject bewondert.

Kunstbrigade van de geallieerden

In 1943, als de oorlog in volle gang is, richten de geallieerde troepen de Kunstbrigade (The Monuments Men) op. Ze doen dit om te voorkomen dat tijdens de gevechten nog meer kunstwerken zoek raken en nog meer monumentale panden vernietigd worden. Vanaf D-Day (6 juni 1944) moeten de kunstbrigadisten de geallieerde troepen op de voet volgen om de geroofde kunstschatten terug te vinden en uit de handen van de nazi’s te redden.

Kunstbrigadisten zijn geen militairen

Hoewel iedereen het belang van de Kunstbrigade inzag, kreeg deze eenheid amper middelen of geld om actie te ondernemen. Misschien omdat het geen echte militairen waren? De meesten hadden namelijk geen militaire achtergrond of opleiding. Het waren kunstkenners: museumdirecteuren, restaurateurs, conservators, beeldend kunstenaars, architecten en archivarissen die zo veel mogelijk Europese cultuur wilden veiligstellen. Toch wisten ze met beperkte middelen en improvisatie heel wat te bereiken.

Brieven van het thuisfront

Net als Geert Mak weet Robert M. Edsel op boeiende wijze dit onbekende deel van de geschiedenis weer tot leven te brengen. Aan de hand van brieven aan het thuisfront, dagboekfragmenten en officiële stukken krijg je als lezer een goed beeld van de zes kunstbrigadisten die Edsel volgt op hun tocht door Europa. Door hun ogen zie je hoe bijvoorbeeld de Brugse Madonna wordt opgespoord zodat deze uiteindelijk weer teruggebracht kan worden naar België.

Eerbetoon

De Kunstbrigade is een spannend boek én een eerbetoon aan de kunstbrigadisten. Deze mannen en vrouwen stelden hun leven in de waagschaal zodat wij, inwoners van Europa, zestig jaar later nog steeds van al die prachtige kunstwerken en gebouwen kunnen genieten.

 

 

Verdere informatie:

 

Terwijl Hitler probeerde het Westen in zijn greep te krijgen, roofden zijn legertroepen methodisch alle kunstvoorwerpen uit Europa. Van Michelangelo tot Da Vinci en Van Eyck tot Vermeer, ze werden allemaal gestolen ter meerdere glorie van de Führer.

De monumentenmannen, ook wel de kunstbrigade genoemd, hadden een mandaat gekregen van president Roosevelt en de steun van generaal Eisenhower om deze kunstschatten terug te veroveren op de nazi’s. In een race tegen de klok om de grootste kunstschatten ter wereld te redden uit de handen van fanatieke nazi’s en ze zo te behoeden voor vernietiging, verzamelden de leden van de kunstbrigade op allerlei manieren inlichtingen om een eigen plan te trekken.

Door gebruik te maken van gegevens die ze vonden in gebombardeerde kathedralen en musea, in de aantekeningen van Rose Valland, een Franse museummedewerker die erin geslaagd was het vertrek van de laatste Duitse treinen met geroofde kunst eindeloos uit te stellen, en zelfs bij de tandarts tijdens een wortelkanaalbehandeling wisten ze de kunstschatten en hun geheime bergplaats te achterhalen.

Deze onwaarschijnlijk helden, van wie de meeste van middelbare leeftijd waren, gewone huisvaders, gaven hun succesvolle carrières op om zich in de strijd te mengen, hun leven op het spel te zetten – en soms te verliezen. Zoals vele mannen en vrouwen uit die tijd belichamen ze het heldhaftige vuur waardoor het goede het kwaad overwon. Dit is hun verhaal.

De meesten van ons realiseren zich dat de Tweede Wereldoorlog van alle oorlogen uit de geschiedenis de grootste vernielingen aanrichtte. We weten van het gruwelijke verlies aan levens; we hebben beelden gezien van de verwoeste Europese steden.

Maar hoevelen van ons hebben door een museum gelopen zoals het Louvre, hebben genoten van de stilte van een kathedraal als die van Chartres, of gekeken naar een schitterend fresco als Leonardo da Vinci’s Laatste Avondmaal, en zich afgevraagd: ‘Hoe hebben zoveel monumenten en grote kunstwerken deze oorlog weten te overleven? Wie waren de mensen die ze hebben gered?’

De grote gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog – Pearl Harbor, D-day, het Ardennenoffensief – zijn evenzeer onderdeel van ons collectieve bewustzijn geworden als de titels van boeken en films – Band of Brothers, Saving Private Ryan, Schindler’s List – en van de schrijvers, regisseurs en acteurs – Ambrose, Spielberg, Hanks – die deze heroïsche gebeurtenissen en de heldhaftigheid van die tijd voor ons weer tot leven brachten.

Maar als ik u nu vertel dat er één groot verhaal over de Tweede Wereldoorlog níét is verteld, een belangrijk verhaal dat de kern raakt van de oorlogsinspanning, waar de meest onwaarschijnlijke groep helden van wie u nooit hoorde bij betrokken was?

Als ik u nu vertel dat er aan de frontlinies soldaten waren die geen machinegeweren meevoerden of een tank bestuurden, die geen officiële staatslieden waren; soldaten die niet alleen over de visie beschikten om het ernstige gevaar in te zien voor de grootste culturele en artistieke prestaties van de beschaving, maar vervolgens ook naar de frontlinies gingen om er iets aan te doen? Dat waren de kunstbrigadisten. – Robert M. Edsel in De kunstbrigade

Robert M. Edsel was een succesvol Amerikaanse zakenman. In 1996 verkocht hij zijn bedrijf en verhuisde naar Florence in Italië. Zijn passie voor kunst en architectuur leidde tot een ware zoektocht naar de verhalen achter de redding van vele kunstschatten aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Samen met Brett Witter schreef hij het ongelooflijke verhaal van deze heldhaftige mannen: de kunstbrigadisten.

‘Dit intrigerende verhaal, verteld aan de hand van brieven van de kunstbrigadisten, zal vele lezers, én niet alleen liefhebbers van geschiedenisboeken, aanspreken.’ – Library Journal.com

‘Deze aangrijpende geschiedenis van soldaten die tijdens de oorlog op zoek gingen naar door de nazi’s gestolen Europese meesterwerken en deze wisten te redden leest lekker weg. Edsels boek is vergelijkbaar met dat van Lynn Nicholas’ uitstekende The Rape of Europa, alleen weet Edsel het persoonlijker en aangrijpender te maken. Een fascineren onderwerp en goed verteld bovendien.’ – Daily Bulldog

‘De ontdekkingen van de kunstbrigade omvatte vijf treinwagons gevuld met 148 kratten gestolen schilderijen. In sommige van de kratten zaten bezittingen van belangrijke Parijse kunsthandelaren die door een speciaal Duits “cultureel conservatieprogramma” was geconfisqueerd. Twee van Frankrijks grootste schatten – het Tapijt van Bayeux en Da Vinci’s Mona Lisa – bleven in Frankrijk tijdens de oorlog, beschermd door Franse museummedewerkers. Maar in Hitlers visie op de toekomst zouden ze onderdeel gaan uitmaken van het grote Derde Rijk. Het meest opzienbarende museum ter wereld zou het Führer-museum in Linz worden, Hitlers geboortestad in Oostenrijk, dat deel was gaan uitmaken van het Derde Rijk toen Hitlers troepen in 1938 Oostenrijk binnenvielen.’ – The Washington Times

‘De Tweede Wereldoorlog was de meest vernietigende oorlog in de wereldgeschiedenis en veroorzaakte grote versnippering van culturele kunstvoorwerpen. Honderdduizenden voorwerpen bleven vermist. De grootste last werd op de schouders van enkele honderden mannen en vrouwen gelegd; curators en archivarissen, kunstenaars en kunsthistorici uit dertien landen. Het werd hun taak om de grote Europese kunstschatten te redden en veilig te stellen. Zij werden de monumentenmannen, ook wel de kunstbrigade genoemd. [...]

Edsel heeft hun prestaties weten te vangen in verslagen en foto’s. Hij en Witter (mede-auteur van de bestseller Dewey,de bibliotheekkat) doen dit zeer succesvol. Ze richten zich op de rol van de organisatie in noordwest-Europa en beschrijven de kunstbrigade vanaf hun oorspronkelijk missie om de schade aan gebouwen en kunstvoorwerpen zoveel mogelijk te beperken tijdens de strijd tot het moment waarop hun aandacht verlegd wordt naar het traceren van de vermiste kunstwerken.

De meeste ervan waren gestolen door de nazi’s. Alleen al in het zuiden van Duitsland kwamen duizenden kisten boven water die van alles bevatten, van kerkklokken tot insectenverzamelingen. Het verhaal is zowel innemend als inspirerend. Ten tijde van een oorlog hielden legertroepen systematisch zoektochten om verlies van cultureel erfgoed tot een minimum te beperken.’ – Publishers Weekly