Cecilia Baroli: SACRIFICIUM
|
Reader's Digest Recensie
Cecilia Bartoli (43) behoort tot de succesvolste mezzosopranen van het afgelopen decennium. De van oorsprong Italiaanse operazangeres woont in de buurt van Zürich, met haar verloofde, de bariton Oliver Widmer. Eind 2009 verscheen haar nieuwste cd, Sacrificium, waarop ze liederen zingt die geschreven zijn voor de beroemdste castraten uit de 18de eeuw. Reader’s Digest sprak met haar nabij de opera van Zürich.
RD: Als man krijg ik een onbehaaglijk gevoel bij het woord ‘castraat’. Welke associaties roept het bij u op?
BARTOLI: De kunst van de castraten is fenomenaal, grandioos. De mooiste stemmen van de 18de eeuw. Maar uw gevoel is heel terecht, zeker als je bedenkt dat er in Italië tijdens de barokperiode 4000 jongens per jaar werden gecastreerd. Duizenden jongens moesten hun mannelijkheid opgeven zonder daar ook maar enig voordeel uit te halen! Slechts enkelen van hen slaagden erin een professionele zangcarrière op te bouwen.
RD: Waarom waren alle beroemde castraten Italianen? Farinelli, Senesino, Caffarelli …?
BARTOLI: In die tijd was Napels het culturele centrum van Europa, vooral op muzikaal gebied. De beroemde castratenscholen, met de beste zangleraren en componisten, stonden in Napels. De kerk speelde hierbij een ambivalente rol: enerzijds verbood ze castratie, anderzijds mochten alleen castraten in het Vaticaan zingen.
RD: Wat weet u over de ontwikkeling en het lot van de castraten?
BARTOLI: De jongens werden op acht- of negenjarige leeftijd gecas-treerd. De operatie moest worden uitgevoerd voor de stem brak. Omdat de adamsappel niet groter werd hielden de jongens hun hoge stemmen. Verder groeide hun lichaam normaal, dus hun spieren en longen waren die van een man. De castraten kregen een gedegen opleiding plus zanglessen, en bereikten de volwassenheid als ontwikkelde individuen. Maar ze moesten afzien van een eigen gezin en als ze geen succes hadden werden ze sociaal buitengesloten. Ze vonden geen werk en moesten zich soms prostitueren om te over-leven. Sommigen pleegden zelfmoord.
RD: Wat is het verschil tussen de stem van een castraat en die van een countertenor?
BARTOLI: De castraten hadden een opmerkelijk stembereik: ze konden zonder onderbreking van het zeer lage register naar de hoogste noten springen. Een counter-tenor kan dat niet. Hij is in elk opzicht een man. Zijn specialiteit is de falset?stem, die het resultaat is van een bepaalde zangtechniek.
RD: Wanneer bent u zich gaan interesseren voor de castraten?
BARTOLI: Toen ik bezig was met de opnames voor Opera proibita. Die cd bevat liederen die zijn geschreven toen het Vaticaan vrouwen verbood om opera te zingen. Wie moesten in de 18de eeuw dan de hoge partijen in de kerkmuziek voor hun rekening nemen? Juist, de castraten!
RD: Wat was de grootste uitdaging die dit repertoire u bood?
BARTOLI: Ik moest mijn buik-spieren flink trainen en mijn ademtechniek verbeteren. In sommige aria’s moet je in een enkele adem 25 tot 30 maten zingen. Voor vrouwen is dat moeilijker dan voor mannen omdat onze longinhoud een kwart kleiner is. Ik heb hard moeten werken om het voor elkaar te krijgen. Stelt u zich voor dat u onder water bent. Om dat lang vol te houden, kunt u de lucht het beste in kleine hoeveelheden uit uw mond laten ontsnappen. Als je zingt wil je zo min mogelijk lucht kwijt om de noot zo lang mogelijk aan te kunnen houden.
RD: Was het moeilijk om aan de originele partituren te komen?
BARTOLI: Ja, maar daar ben ik aan gewend. Desalniettemin had ik uiteindelijk veel meer mooie stukken dan op een cd zouden passen. Omdat ik er geen enkele van wilde weglaten, is er nu de luxe editie. Die bevat naast het album met opnamen van beroemde componisten zoals Porpora, Leo, Vinci en Graun, nog een cd met de ‘grootste castratenhits’ zoals Ombra mai fù, dat Händel voor Caffarelli schreef, en Son qual nave van Broschi, een van Farinelli’s grootste successen.
RD: Farinelli’s leven is verfilmd. Geeft Farinelli, de castraat, die in 1994 een Golden Globe won, een juist beeld van hem?
BARTOLI: Hij geeft ons wel enig inzicht, maar de donkere kanten zijn onderbelicht. Op de soundtrack werd mijn aria door een sopraan en een countertenor gezongen. U kunt zich wel voorstellen wat een krachttoer het voor me was hem alleen te zingen!
RD: Weet u hoe castraten in het echt klonken?
BARTOLI: Er bestaat een geluidsopname die in 1904 in de Sixtijnse kapel is gemaakt, van een voorstelling van een van de laatste castraten. Zijn stem lijkt op die van een vrouw. Daardoor was ik ervan overtuigd dat deze composities binnen de grenzen van mijn mogelijkheden lagen. Het grootste probleem was dat het repertoire was geschreven voor zangers die als vrouwen zongen, maar een mannelijk lichaam hadden. Dat betekende een gevecht tegen mijn eigen natuur! (Lacht.) Maar het was een geweldige ervaring.
|
Beluister hier Sacrificium:
|

